Posts tonen met het label cultuurparticipatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuurparticipatie. Alle posts tonen

vrijdag 6 juni 2014

Cultuur en sport, let's celebrate together


Afgelopen maandag was ik bij het WK Hockey in Den Haag. Een geweldige happening waar, behalve van hockey, ook kon worden genoten van goed eten, presentaties en sponsorfeestjes, en vooral van veel cultuur. Dat ging van een boekwinkel (wel veel hockeyboeken) tot lifestyle-events voor scholieren waarbij sport en cultuur wel heel dicht bij elkaar komen.

Ik was daar vanwege een groot congres voor bestuurders van gemeenten en van instellingen over de maatschappelijke betekenis van sport, dat was georganiseerd door het NISB en sportkoepel NOC*NSF. Het LKCA organiseerde daar samen met het Jeugdcultuurfonds en het Fonds voor Cultuurparticipatie een deelcongres over de verbinding tussen sport en cultuur. Een programma met hardloper/schrijver Abdelkader Benali en met professor Erik Scherder, die op het scherm precies aan wist te wijzen welke hersendelen worden gestimuleerd bij muziek en bij voetbal. In beide gevallen wordt, mits voldoende geprikkeld, op jonge leeftijd de cognitie bevorderd, en later de geestelijke aftakeling vooruitgeschoven.

Kortom, we hadden veel uit de kast getrokken om de samenhang te laten zien. Eigenlijk niet nodig, want de hele manifestatie stond in het teken van cultuur. Ook de wedstrijd 's avonds, met uiteraard de wedstrijdrituelen, maar ook de samenzang van het publiek, inclusief de waves door het stadion. Allemaal cultuur. Zo'n manifestatie maakt duidelijk hoe sport en cultuur elkaar nodig hebben. Alleen samen krijg je echte beleving.

Vanuit ons cultuurhuis kijken we nog wel eens op tegen de sportcampus, waar alles groter en sneller lijkt. En vooral beter georganiseerd en gefinancierd. Waarbij cultuur elitair en overbodig lijkt. Als één ding duidelijk werd tijdens het congres, dan was het wel dat sport beter in de gaten heeft waar cultuur nodig is dan omgekeerd. Behalve op het niveau van zo'n event, komen sport en cultuur bij elkaar in de wijk en in het sociale domein. In het verenigingsleven, maar ook bij de eenzame town-runner.

Johan Wakkie, scheidend directeur van de hockeybond, en het brein achter deze manifestatie, legt zelf veel nadruk op educatie. Er waren ontzettend veel kinderen op het festivalterrein. Zij volgden behalve hockeyclinics ook programma's met muziek en dans. Voor de kids gaat het allemaal naadloos in elkaar over. Ze verweven sport en cultuur met hun identiteit. Ik vind dat laatste de kern. Sport en cultuur zijn, ontdaan van alle nuttigheidsfactoren, allebei dimensies van het menselijk bestaan waar we niet buiten kunnen. Ze bepalen je identiteit. Een hardloper is een ander mens, net als een violist. Een orkest is een aparte gemeenschap, net als een voetbalteam. En in het stadion vieren we onze nationale identiteit, met volkslied en al.

Er zijn ook verschillen. Sport heeft iets met gezond voedsel. Daar moeten we in de cultuur niet aan beginnen. De buffetten tijdens de nazit waren vooral vega. Later zag ik een enorme rij voor de friettent. Sport en humor horen ook bij elkaar.

Onderschrijft u de vanzelfsprekende samenhang tussen sport en cultuur? En hebt u daadwerkelijk wel eens over de schutting gekeken en de samenwerking opgezocht? Uw ervaringen lees ik graag in het netwerk cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 23 mei 2014

Meedoen of winnen

Zo'n 40% van de Nederlandse bevolking beoefent in de vrije tijd een kunst. Bij kinderen en jongeren tot 20 jaar loopt dit aandeel op tot zelfs bijna 60%. Dit laatste cijfer lokte onlangs verbaasde reacties uit bij mijn gehoor van gemeentebestuurders, toen ik een presentatie hield over lokale voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie, naar aanleiding van het recente advies van de Raad voor Cultuur Meedoen is de Kunst.

Enkele bestuurders vonden dit erg veel en konden zich nauwelijks voorstellen dat zo veel kinderen en jongeren actief zijn in een kunstdiscipline. Niet iedereen, want er waren ook bestuurders die op grond van eigen ervaringen dit cijfer heel plausibel vonden. Ik baseerde mij hierbij overigens op de cijfers van de Factsheet Amateurkunst 2013 van het LKCA.

De verbaasde reacties zetten mij wel aan het denken. De cijfers zijn gebaseerd op representatieve steekproeven, en bewegen zich ook al jaren ongeveer op dit niveau. Dat er zo veel actieve beoefenaren zijn is voor insiders geen verrassing, maar voor een ruimer publiek is onduidelijk wat amateurkunst werkelijk inhoudt. We slagen er onvoldoende in om het belang van actieve cultuurparticipatie in de samenleving goed voor het voetlicht te brengen. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat amateurkunst minder dan sport in georganiseerd verband gebeurt, er weinig grote merken een vooraanstaande rol in spelen, en geen stadions waar veiligheidstroepen nodig zijn.

Toch is het vreemd, want aan media-aandacht ontbreekt het niet. Elke avond is er op de tv wel een programma waarin amateurkunstenaars optreden. Meestal in een Idols-achtige formule met een hoog contest-gehalte, maar toch. Onderbelicht blijft dat de talenten die optreden ergens zijn aangestoken, en iets hebben geleerd. De link tussen de glamour van de buis en de muziekschool wordt niet gelegd. De zangvereniging en het fanfarecorps waar de eerste stappen op weg naar succes zijn gezet zijn blijkbaar niet sexy genoeg. In de amateurkunsten gaat het vooral over meedoen; in de media gaat het meestal om winnen. Die kloof is moeilijk te overbruggen.

Natuurlijk is niet voor iedere amateurkunstenaar de X-factor bepalend. De 'knitting grannies' zijn inmiddels een begrip, en hun kleurrijke breiwerken vinden gretig aftrek. Maar zelf vinden de grannies niet dat ze met kunst bezig zijn.

Branding van de sector is dus lastig, maar wel hard nodig. Met name nu voorzieningen voor amateurkunst en cultuureducatie dreigen te worden wegbezuinigd vormt de relatieve onbekendheid een groot risico.

Het maatschappelijk belang is groot, zo blijkt uit de cijfers. In de Factsheet Amateurkunst lezen we ook nog dat 50% van de amateurkunstenaars hun drive niet van hun ouders hebben meegekregen. Amateurkunst is dus ook een emancipatiemachine. Die amateurkunstenaars zoeken elkaar op, en werken, leren en presenteren in groepen. Ze maken gebruik van platforms en voorzieningen waar ook weer andere groepen gebruik van maken. Verbinden en ontmoeten zijn kernwaarden van het amateurveld. Kortom: amateurkunst houdt de samenleving bij elkaar. Laten we zorgen dat de samenleving daar meer van wordt doordrongen.

Grote vraag blijft: hoe maken wij mensen ervan bewust dat zij wel degelijk aan kunstbeoefening doen? En misschien nog een kritische vervolgvraag: waarom zouden we dergelijke vrijetijdsbesteding moeten voorzien van het label 'amateurkunst'? Praat u mee in het netwerk Cultuureducatie op LinkedIn?