Posts tonen met het label cultuuronderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuuronderwijs. Alle posts tonen

vrijdag 9 mei 2014

Motivatieproblemen?!


In het jaarlijkse onderwijsverslag komt de onderwijsinspectie tot een opmerkelijke conclusie: de motivatie van onze leerlingen blijft achter bij die van de ons omringende landen, en heel ver achter bij die van de rest van de wereld. Onder motivatie wordt blijkens de bijgeleverde statistieken vooral verstaan: het plezier dat leerlingen ervaren in de les, en de mate waarin leerlingen bij de les zijn betrokken. In ons voortgezet onderwijs blijkt die betrokkenheid bij 21% van de leerlingen onder de maat.

Een verontrustende constatering zou je zeggen. Echter, de onderwijsresultaten blijven in de pas met de rest van de wereld: we zitten al jaren in de subtop. Dat klinkt dan weer geruststellend, en in de commentaren werd dan ook droogjes geconstateerd dat het Nederlandse onderwijs in elk geval effectief is. Daarmee kon de kwestie weer vrij snel worden afgedaan.

Dat is jammer. Zo'n constatering verdient meer beschouwing en aandacht. Het is toch opmerkelijk, dat juist bij ons, waar van alles wordt gedaan om het onderwijs 'leuk' te maken en te laten aansluiten bij de 'leefwereld' van de kinderen, de betrokkenheid relatief gering is. Overigens vermeldt het rapport dat de leerlingen de school zelf wel leuk vinden! Waarschijnlijk als ontmoetingsplek of als hangplek - maar dus niet als plek om te leren.

Uit het onderzoek komt verder naar voren dat onze leerlingen een vak pas serieus gaan nemen als er een cijfer voor wordt gegeven. Het opportunisme van de onderwijskundigen vinden we derhalve terug bij de leerlingen. Daar drijft natuurlijk ook die nieuwe huiswerkindustrie op: zorgen dat je je examen haalt. Dat blijkt dus vrij goed te werken. Maar de resultaten die we meten zijn testresultaten, hetgeen toch iets anders is dan onderwijsresultaten.

De eenzijdige focus op toetsbare resultaten zorgt ondertussen voor een flinke prestatiedruk op de cognitieve vakken. De vraag is wat dit betekent voor andere domeinen, zoals maatschappelijke competenties en creativiteitsontwikkeling. De onderwijsraad wees er in 2013 al op dat die onvoldoende in het vizier komen. Het gebrek aan motivatie wordt mogelijk veroorzaakt doordat nieuwsgierigheid en creativiteit bij onze leerlingen onvoldoende worden geprikkeld. Die behoeften worden kennelijk niet binnen het onderwijs gestild. Wat is hier aan de hand?

Er zijn natuurlijk voor de hand liggende factoren, zoals de arbeidsmarktperspectieven en de overdaad aan prikkels die via internet op jonge mensen afkomt. Die factoren spelen overal, en verklaren dus niet de afwijkende positie van Nederland. De kwaliteit van de leraar wellicht? Die moet tegenwoordig over supersonische kwaliteiten beschikken om leerlingen nog te boeien, lijkt het wel. Ik vraag me af of we hier niet in doorschieten; je kunt ook niet volhouden dat de intrinsieke motivatie van de leerling afhangt van de leraar.

Ik denk dat de mentaliteitsontwikkeling die specifiek is voor Nederland een rol speelt. Denk bijvoorbeeld aan de amusementscultuur waarin Nederland groot is, en die jonge mensen verplicht om vooral te scoren op de X-factor. Traditionele waarden die elders in hoger aanzien staan zoals concentratie, ijver en plichtsbesef, spelen ook een rol bij de motivatie om te leren. Het valt natuurlijk niet mee om in de comfortzone van onze welvaartsstaat een gevoel van urgentie vast te houden.

Het probleem zit dus waarschijnlijk in onze cultuur, die een snelle, consumentistische levenshouding bevordert. De wereld van kunst en kunstzinnige vorming is minder gericht op instant bevrediging en succes, maar vraagt om aandacht, geduld en reflectie. Cultuuronderwijs doet een beroep op talenten die voorbij het cognitieve reiken en zorgt voor meer creatieve prikkels en meer nieuwsgierigheid, ook voor zaken buiten de eigen leefwereld. Daarmee draagt cultuuronderwijs bij aan motivatie, 'zin in leren' en aan een gevoel van urgentie.

Goed cultuuronderwijs als middel om de motivatie en de 'zin in leren'-houding van onze leerlingen te vergroten? Hoe kijkt u er tegenaan? Ontmoet elkaar in het netwerk cultuureducatie of in de groep Cultuurplein, allebei op LinkedIn.

vrijdag 4 oktober 2013

Over het verband tussen de culturele crisis en de economische crisis


We maken momenteel niet alleen een economische crisis door. We zitten ook al een tijdje in een zich steeds verder uitdiepende culturele crisis. En dan bedoel ik niet de crisis in de gesubsidieerde kunstensector. Die is slechts een symptoom van een veel bredere malaise. Ik zie om me heen een steeds sterker gevoelde onzekerheid over onze identiteit, een vrees voor het verlies van vaste waarden, en een gevoel bedreigd te worden door Europa en door andere culturen. Nu de PVV in de peilingen de grootste partij is geworden, kun je er toch moeilijk omheen dat er structureel iets mis is met ons vertrouwen in de stevigheid van het Westerse paradigma waarin culturen gelijkwaardig zijn.

De laatste tijd heb ik steeds meer het idee dat er een verband bestaat tussen die culturele malaise en de economische malaise. Zo vind ik het opvallend dat we het niet alleen economisch slechter doen dan de landen om ons heen, maar dat we ook in cultureel opzicht steeds meer onderaan bungelen. In een bijtend artikel in de NRC van 21 september over de 'ontboeking' van Nederland onderlijnt Bastiaan Bommeljé dit verschijnsel aan de hand van onze leescultuur. In de afgelopen jaren is de boekenverkoop dramatisch afgenomen, evenals de leesvaardigheid van onze scholieren. Het e-boek neemt slechts een marginale plaats in, en de groei vlakt af. Deze cijfers zijn opvallend, mede omdat de verkoop van boeken in de ons omringende landen blijft stijgen. Bommeljé meent in de ontlezing een oorzaak te zien van de verslechterende leerprestaties van Nederlandse kinderen. Het digitale lezen verergert deze trend alleen maar, omdat het een meer chaotische en gefragmenteerde leesstijl bevordert, en dus leidt tot een verbrokkelend begrip. Van gamen word je niet slimmer, van lezen wel.

Het betoog van Bommeljé kan naar mijn mening zondermeer worden doorgetrokken naar cultuuronderwijs. Zonder te willen claimen dat cognitie wordt bevorderd door dansles op school, is er ten aanzien van kunstonderwijs voldoende onderzoeksresultaat dat wijst op een positieve relatie met leerprestaties. En juist met het cultuuronderwijs zit het niet goed. Dit terwijl de verantwoordelijke overheid onderkent dat het kunstonderwijs in relatie tot de ons omringende landen onvoldoende is geborgd in het curriculum. Veelzeggend in dit verband is de constatering van Bommeljé dat waar Franse middelbare scholieren 100 tot 150 boeken moeten lezen, de boekenlijst in Nederland goeddeels is verdampt en kan worden afgedaan met het inleveren van een filmpje.

Nu terug naar het verband met de economie. Opnieuw is door ons parlement bekrachtigd dat onze kenniseconomie moet behoren tot de wereldtop. De vraag is of zo’n ambitie houdbaar is in een land waarin intellectueel vermogen zo laag wordt aangeschreven en het adagium heerst van het diploma zonder moeite. Opvallend is ook dat niemand lijkt in te zien dat de culturele crisis, en het bijbehorende dedain voor kunst en cultuur, de ontwikkeling van een kenniseconomie negatief beïnvloedt. De ambitie leidt voorlopig tot een hijgerig onderwijsklimaat, waarvan juist de vakken die niet in de citotoets passen het slachtoffer zijn geworden.

Nu blijkt dat we economisch zelfs minder presteren dan de landen die cultuur nog wel belangrijk vinden, wordt het hoog tijd dat we ons afvragen of we wellicht de rekening gepresenteerd krijgen voor onze culturele armoede en de verschraling van ons cultuuronderwijs. Ik nodig u graag uit hierover verder te praten in het netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 20 september 2013

Gebrek aan tijd of aan prioriteit?

Cultuur moet terug naar het hart van het primair onderwijs schreven de Onderwijsraad en Raad voor Cultuur in hun advies vorig jaar. Er moeten cultuurexperts komen die meer nog dan cultuurcoördinatoren vakinhoudelijke expertise hebben. Een goed idee. Maar ik vraag mij direct af of die cultuurexperts wèl voldoende tijd tot hun beschikking krijgen. De cultuurcoördinatoren die ik de afgelopen jaren sprak, noemen allemaal gebrek aan tijd als grootste belemmering in hun taak. Dat zien zij ook als valkuil voor de cultuurexpert zo blijkt uit een enquête.

Dat suggereert dat er geen tijd of middelen zouden zijn voor cultuur in het po. Maar dat is niet het geval. Middels de prestatiebox ontvangen scholen niet alleen € 10,90 voor cultuur, maar ook middelen voor professionalisering. Middelen die zij kunnen inzetten voor professionalisering in cultuur. Bovendien biedt de functiemix ruimte. (Met de functiemix kunnen leraren die extra taken verrichten in de ontwikkeling en innovatie van onderwijs in een hogere schaal geplaatst worden, in een zogeheten LB functie.) Schoolbesturen die dat willen kunnen nu al de interne cultuurcoördinator tot een LB functie maken. Toch krijg ik niet de indruk dat dat frequent gebeurt.

Het lijkt dan ook geen kwestie van gebrek aan tijd, maar van gebrek aan prioriteit. Op de man af gevraagd vinden schoolbesturen cultuureducatie belangrijk, zo blijkt uit onderzoeken door het Tympaan Instituut en Plein C en uit gesprekken die wij met schoolbesturen voerden. Maar dan blijkt ook dat schoolbesturen zelf vrijwel geen invulling geven aan cultuureducatie. Dat laten ze aan de schooldirecties over. En misschien wel daardoor (?) worden middelen voor professionalisering en de functiemix ook te weinig voor cultuureducatie benut, denk ik.

Directies leggen meer prioriteit bij taal en rekenen en opbrengstgericht werken. Dat is niet verwonderlijk. Gemiddelde Cito-scores van scholen mogen openbaar gemaakt worden, zo besliste de rechter begin september. Dat gaat dus om scores op taal en rekenen. Schoolbesturen vrezen dat ouders alleen naar die scores kijken en niet naar bredere kwaliteiten van scholen.

Hoe doorbreken we die tendens? Er wordt via programma ’s als Cultuureducatie met Kwaliteit hard gewerkt door pabo’s en hogescholen om leraren beter toe te rusten. Dat moet natuurlijk nog wel in school verzilverd gaan worden: 'Fijn dat u op vrijdagmiddagen ook nog leuk aan taal en rekenen doet op uw school, maar hoe zit het met uw kerntaak cultuureducatie? Wat bereikt u nu echt met uw leerlingen?' Overdreven? Ja, misschien wel. Maar iedere school een LB functie voor cultuur met voldoende uren ter beschikking, lijkt mij een mooi streven.

Wie kent al dergelijke scholen met een LB functie voor cultuur met voldoende uren ter beschikking? En waarom lukt het daar wel? Ik lees uw antwoorden graag in het netwerk Cultuureducatie of in de groep Cultuurplein op LinkedIn.

vrijdag 13 september 2013

De onderscheidende kracht van kunst en cultuur

Illustratie Wolfgang Ammer (eerder verschenen in NRC Handelsblad).

Multiculturalisme, modernisme in de kunst en natuurlijk 'Europa' zijn symptomen van een bij de hoogopgeleide elite veel voorkomende ‘angst voor het eigene’, een ziekelijke afkeer van het thuis, aldus Thierry Baudet afgelopen weekend in de NRC en op het nieuwsblog ThePostOnline. Hij noemt dat ‘oikofobie’. Cultuurrelativisme heeft het respect voor de eigen gewoontes, tradities, de nationale cultuur, en de schoonheid en harmonie van de traditionele kunsten zwaar aangetast. Als reactie daarop ontwaart hij ontworteling, vervreemding en een wanhopige zoektocht naar geborgenheid.

Geen nieuw geluid zou je zeggen, en hoewel Baudet zich verzet tegen oikofobie, biedt hij ook geen oplossing. Voor iedereen die betrokken is bij kunst en cultuur is dit echter wel een relevante kwestie. Kunst en cultuur worden immers vaak verondersteld te verbinden, te zorgen voor sociale cohesie en voor een overkoepelend cultureel dak dat de verschillen overbrugt. Dit terwijl uitingen van amateurkunst vaak juist blijk geven van de behoefte om het eigene van de groepsidentiteit uit te drukken en afstand te nemen van de dominante modernistische waarden die de moderne professionele kunsten doorgaans dragen. Daarbij kun je denken aan traditionele kunstuitingen, volkscultuur en etnische kunst, maar ook aan vele nieuwe kunstuitingen en subculturen, variërend van musical tot hiphop. In die zin vinden we in kunstbeoefening en -educatie vaak veel meer variëteit aan kunstuitingen en achterliggende waarden dan in de professionele kunsten. Je kunt die toenemende neiging om ‘je eigen feestje te bouwen’ met gelijkgezinden betreuren als een kwalijke tendens tot segregatie, maar feit is dat het plaatsvindt, en dat kunstbeoefening daar een belangrijke rol in speelt.

Cultuur kan dus ook een onderscheidende kracht zijn. Verschillende bevolkingsgroepen hebben elk hun eigen (sub)culturen en kunstuitingen. Daar is ook niets mis mee. Wie zijn ‘eigenheid’ kan en mag koesteren, voelt zich thuis. Baudet heeft gelijk als hij zegt dat culturele elites hun neus ophalen voor traditionele volkscultuur en nationaal erfgoed, maar wat hij over het hoofd ziet is dat het besef van nationale, regionale en lokale identiteit sterk is toegenomen, aldus Paul Schnabel in een dit voorjaar verschenen afscheidsuitgave. Schnabel verklaart die groeiende behoefte aan bevestiging en versterking van een eigen culturele identiteit - nationaal én regionaal - net als Baudet - door de ontwikkeling van de Europese Unie en de komst van 'vreemdelingen'. Die ontwikkeling zet door: inmiddels is door de globalisering een autochtone onderklasse ontstaan die de fakkel van het eigene in de cultuur heeft overgenomen, en daarmee de culturele elite in feite buiten spel heeft gezet. Kortom, het westerse paradigma en het modernisme in de kunst staan ernstig onder druk. Baudet wordt dus op zijn wenken bediend.

Hoe moet dat nu verder? Hoe zorgen we ervoor dat de verworvenheden van het modernisme niet wegspoelen? Door kunst en cultuur niet te beschouwen als een vrijblijvende hobby voor liefhebbers maar als onmisbaar voor de samenleving. Vooral in kunstbeoefening en cultuuronderwijs komen alle (sub)culturen nog bij elkaar: hoog en laag, traditioneel en modern, nabij en veraf. Dáár kan men van elkaar leren, en elkaar ook wederzijds leren respecteren. Door kunstonderwijs kunnen nieuwe generaties kennismaken met het mondiale palet aan kunstuitingen, en de instrumenten aangereikt krijgen om aan hun gemeenschap uitdrukking te geven. En door erfgoededucatie kan iedereen ontdekken uit welke culturele tradities onze samenleving voortkomt. Daarmee voorzie je de komende generaties van de bagage die hen in staat stelt om de ander tegemoet te treden, en om gefundeerde keuzes maken.

Denkt u ook dat professionals in cultuureducatie en amateurkunst zo de eigen identiteit van subculturen én de sociale cohesie van onze pluriforme samenleving kunnen helpen bevorderen? Deel uw opvatting op LinkedIn in het netwerk Cultuureducatie, netwerk Amateurkunst, netwerk Cultuurbeleid of in de groep Erfgoededucatie.